Fietstocht 2009

  ZONDAG 3 mei 2009 MONUMENTEN FIETSDAG

OVERASSELT —NEDERASSELT HEUMEN MALDEN.

Na een geweldig succes 2008 ook dit jaar weer prachtige route.

een grote opkomst verwacht van deelnemers.

Meer informatie volgt.
Argrarisch museum Overasselt
Accordeon museum De Muse Malden
Jac Maris Atelier museum Heumen

Voor meer informatie mobil 06-53517966 Henk van den Heuvel

21 April 2009
By on 07:26
Open tuinen Overasselt

Opentuinendag OverImg_6441_4asselt Al enkele jaren wordt er een opentuinendag georganiseerd in Overasselt en Nederasselt.
Er zijn ongeveer 15 tuinliefhebbers die hun tuin openstellen.
Het is een afwisselend geheel van kleinere bloementuinen tot landschapstuinen en groententuinen.
De openstelling in 2009 is zondag 21 juni.
Voor meer informatie raadpleeg www.opentuinenoverasselt.nl

27 December 2008
By on 18:57
Koffie en Theeschenkerij

www.johannahof.nl

27 January 2008
By on 18:51
Vakantie in Frankrijk

www.lacerisaie.nl zeker de moeite nemen om op deze website een kijkje te nemen.

22 December 2006
By on 17:29
geselecteerd als gefixeerd bericht

Pc223086Overasselt is mooi, Overasselt is goed.

Laatste update 27-12-2008

       
Met deze site wil ik u momenten laten zien van Overasselt en omgeving.

Winters beeld van de tuin gezien vanuit de kamer.


 

 Mini pony,s in de morgen nevel


4 januari 2009 organiseert Natuur Stichting Kadans een 2 uur durende nieuwjaar excursie wandeling start bij de molen aan de Oude Kleefsestraat te Overasselt
Aanvang 14.00 uur.

Door met een natuurgids mee te gaan ontdekt u vast ook van deze mooie plekjes.
Maak een afspraak met:
Henk van den Heuvel
Overasselt
06-53517966



15 November 2006
By on 03:51
Natuurmomenten.

Als u eens wilt genieten van natuur, rust en franse sferen,ga eens naar Rocles.

Wij zijn daar geweest en hebben genoten van het velen wat daar geboden werd.

Neem alvast een kijkje op de website www.lacerisaie.nl


Pa221373_1 augustus  is een natte maand geweest. Men heeft wel kunnen genieten van de grote verscheidenheid van de wolken.

Macrolepiota procera (Grote parasolzwam). In Nederland algemeen. Saprotroof in niet of nauwelijks bemeste graslanden en bermen en in loof- en gemengde bossen, voornamelijk op droge, voedselarme zand- of leemgrond.
Kenm.: jong als trommelstok (lange steel met bol), daarna wijd uitspreidend met donkerbruine, grove schubben;
lamellen wit; steel met grote, dubbele, van boven witte en van onder bruine ring, met een knolvormig verdikte voet; goed eetbaar, vooral als "trommelstok".
P4161694_2

Pinksterbloemen De Pinksterbloem (Cardamine pratensis) is een kruisbloemige die tot een halve meter hoog kan worden. De plant bloeit met lila tot roze bloemen. De kroonbladen zijn maximaal 18 millimeter lang. De plant heeft een wortelrozet. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het wortelrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De stengel is hol en rond. De plant bloeit ondanks haar naam met name in de periode vóór pinksteren. Eind april is meestal het hoogtepunt. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en max. 5,5 cm. lang De plant komt voor in graslanden, bossen en moerassen. In een omgeving die heel nat is komt een bijzondere aanpassing voor aan dit milieu. De deelblaadjes zijn kortgesteeld en beginnen al terwijl ze nog aan de plant zitten worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten. In Nederland en België is de soort zeer algemeen. Ze komt nog steeds overal voor. Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten. Ook komt de plant voor in gazons, waar ze door het intensieve maaibeheer niet tot bloei komt. Wanneer de eerste maaibeurten achterwege blijven, blijkt door de uitbundige bloei van pinksterbloemen hoeveel de soort erin voorkomt. Ster magnolia. Prachtig in de bloei ondanks het aanhoudende koude weer. Vele ganzen bezoeken de uiterwaarden, maar ook zie je al ganzen die 2 aan 2 lopen dit is het teken dat deze als koppel verder gaan. Broedende gans. De Wulp. Grote groep gezien op de uiterwaarden te Overasselt. De wulp wijst de punt van de snavel naar zijn gulp’ luidt het ezelsbruggetje. De wulp is een onmiskenbare grote bruine vogel met lange omlaag gebogen snavel. Wulpen zijn vooral te zien in het oosten van het land: Drenthe, Overijsselen Noord-Brabant herbergen het leeuwendeel van de Nederlandse wulpen. Ook de Waddeneilanden huisvesten veel wulpen. Het geluid van de wulp is zeer kenmerkend en wie het eenmaal kent zal het niet snel vergeten. Het is een mysterieus aanzwellend geluid, dat vooral in de ochtend- en avondstilte bijzonder ver kan dragen. Status: Broedvogel Trend en aantal: Het aantal wulpen in Nederland wordt vastgesteld op ongeveer 6.900 paren (6.400 tot 7.400). Dat aantal komt overeen met schattingen uit de periode 1979-1985, maar is veel meer dan de aantallen die in 1973-1977 zijn vastgesteld. Een kluchtpatrijzen van 15 stuks op de uiterwaarden. Patrijzen zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich erg goed aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. In Nederland komt de soort verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insekten en ander klein gedierte. De patrijs is altijd een favoriet doelwit geweest voor jagers. De aantallen patrijzen nemen, door schaalvergroting in de landbouw, dramatisch af. De shetlandpony blijft de hele winter buiten, maar moeten wel bijgevoerd worden. Buizerd in een boom, gezien op het landgoed "De Zomp" Overasselt.

Buizerd (Buteo buteo) Biotoop: halfopen cultuurland nabij bossen Territorium: – Trekken of blijven: Buizerds uit noorderlijker streken komen hier om te overwinteren. Naar schatting zijn dat 75.000 buizerds. Bedreigd of niet? (Uit de Volkskrant van 22 februari 2000) De opmerkelijke opmars van de buizerd De buizerd heeft zijn trek naar het westen voltooid. Van een schuwe, zeldzame bosbewoner uit het oosten van het land veranderde deze middelgrote roofvogel in een alledaagse verschijning in heel Nederland. Het aantal broedgevallen steeg van 1650 eind jaren zeventig, tot momenteel naar schatting acht- tot tienduizend paren. ‘Een verbazingwekkende opmars’, aldus Rob Bijlsma van de Werkgroep Roofvogels Nederland. ‘Maar het is wel de enige roofvogelsoort waar het zo goed mee gaat, de rest blijft qua populatie ongeveer constant of gaat in aantal achteruit.’ Waarom het juist de buizerd zo voor de wind gaat, is volgens hem niet helemaal duidelijk. Dat deze roofvogel het hier naar zijn zin heeft, is echter onmiskenbaar. Zeker in de winter valt op hoeveel buizerds er in Nederland vertoeven. Langs de snelwegen of in weilanden: overal zijn deze karakteristieke roofvogels te zien – ruim vijftig centimeter hoog, overwegend donkerbruin met lichte vlekken op de borst. Hoewel de dieren met hun brede vleugels uitmuntend kunnen zweven op de luchtstromen, zitten ze meestal op een paaltje of tak om vandaar de omgeving in de gaten te houden, op zoek naar een maaltijd. Buizerds zijn niet kieskeurig, en dat verklaart volgens Bijlsma deels hun huidige succes. De vogels zijn dol op veldmuizen, maar als die schaars zijn, willen ze ook best door het weiland struinen om een maaltje wormen op te pikken of wat larven te verorberen. Verder staan slangen, hazen, konijnen, kikkers maar ook dode vis en vooral veel aas, bijvoorbeeld verkeersslachtoffers, op het menu. Volgens D. Jonkers van het onderzoekstinstituut Alterra in Wageningen heeft de enorme uitbreiding van het wegennet de buizerd dan ook geen windeieren gelegd. Ook op andere fronten heeft de buizerd zich ontpopt als een echte cultuurvolger. ‘Hij lijkt minder schuw dan vroeger, laat zich niet zo makkelijk meer verjagen door menselijke aanwezigheid. Neem het Amsterdamse Bos, daar broeden zo’n vijftien paar’, aldus Bijlsma. Bovendien broeden buizerds meer en meer op plaatsen waar ogenschijnlijk helemaal geen geschikte nestelplaats voorhanden lijkt. De vogel heeft ongetwijfeld geprofiteerd van de herbebossing na de kaalslag gedurende de Tweede Wereldoorlog, denkt Jonkers. Die bomen zijn nu op hoogte. Maar als er voldoende voedsel is en de beste nestelbomen zijn al vergeven, dan willen de vogels ook best water bij de wijn doen. Het klassieke beeld van buizerds die uitsluitend diep in het bos nesten bouwen in hoge bomen, is dus aan herziening toe. Bijlsma beaamt dat: ‘Buizerds broeden tegenwoordig ook in hoogspanningsmasten en solitaire eiken. In het Friese veenweidegebied – dat is gras, gras en nog eens gras – hebben we zelfs al een nest op de grond gevonden.’ De opmerkelijke opmars van de buizerd is de vrolijke apotheose van de zwarte jaren zestig. Toen werden de Nederlandse roofvogels gedecimeerd, met name door het gebruik van het bestrijdingsmiddel DDT, maar ook door gerichte vervolging door jagers die de konijnen, hazen en fazanten graag voor zichzelf hielden. Toen DDT werd verboden, nam de buizerd tot eind jaren zeventig zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied weer in. Daarna rukte de roofvogel op richting westen. Om de verspreiding van vogels te volgen is Nederland door biologen ingedeeld in ongeveer 1650 hokken van vijf bij vijf kilometer. Midden jaren zeventig waren er in 630 daarvan één of meer buizerdnesten aanwezig. Er waren toen 1650 broedgevallen, vijftien jaar later, rond 1990, waren er al ruim 5000 broedparen in bijna 960 hokken. Momenteel is het aantal broedparen opgelopen tot tegen de tienduizend in 1317 vijf-kilometerhokken. In de winter lopen de aantallen buizerds in Nederland overigens op tot zo’n 75 duizend, schat Bijlsma. De Nederlandse vogels, aangevuld met de net opgegroeide jongen, blijven doorgaans in eigen land. Maar ze krijgen duizenden overwinterende collega’s op bezoek uit de meer noordelijke streken van Duitsland en uit Denemarken. Die komen meeprofiteren van het dichte Nederlandse wegennet. Aantal broedparen in Nederland: 3.500-4.500 (1987), 8.000-10.000 (1999)

Oktober uitgeroepen tot paddenstoelenmaand Vandaag mag het buiten dan een tikje minder fraai zijn dan de afgelopen dagen, het rustige en tamelijk zonnige herfstweer (of zelfs nazomerweer) zal zich dit weekeinde gewoon weer gaan herstellen. Al met al is het dus prima toeven buiten en is het dus heel geschikt weer om een wandeling te maken. Daarbij kan juist dit weekeinde toch een zekere herfstsfeer worden opgesnoven, want zaterdag zal de dag op veel plaatsen met nevel, laaghangende bewolking of mist beginnen, waarna in de middag de zon weer van de partij is, het eerst in het zuiden van het land. Zondag belooft zelfs een zonovergoten dag te worden. Daarbij is door de IVN deze maand tot paddenstoelenmaand uitgeroepen en zijn er dit weekeinde tal van evenementen georganiseerd die in het teken staan van de paddenstoel . Wat zijn paddenstoelen eigenlijk? Een paddenstoel is niets anders dan het vruchtlichaam van een schimmel of zwam die feitelijk onder de grond leeft. De eigenlijke plant is een, meestal voor het blote oog onzichtbare zwamvlok, met een meer dure term "mycelium" genaamd. Deze bevindt zich vaak in de grond, maar ook wel in dood en rottend hout, in afgevallen bladeren, mest, dode insecten, etc. Deze dode boomstronk is een gewillige prooi geworden voor deze gele zwavelkoppen. In tegenstelling tot groene planten zijn paddenstoelen niet in staat om zelf uit zonlicht en koolzuur koolhydraten te maken. Ze halen deze daarom noodgedwongen uit hun voedsel. Meestal gebeurt dat door de afbraak van dood plantaardig of dierlijk materiaal. De eigenlijke plant zien we dus zelden, maar dat verandert als we de vruchtlichamen zien. Dit zijn namelijk de eigenlijke paddenstoelen. Deze paddenstoelen verspreiden de sporen, die zo voor de voortplanting zorgen. De paddenstoelen komen het vaakst aan het eind van de zwamvlok, die daar het meest actief is, boven de grond. Als overal de omstandigheden gunstig zijn, dan vormen deze paddenstoelen een bijna volmaakte cirkel, omdat de zwamvlok min of meer cirkelvormig is. Dit wordt een heksenkring genoemd. Deze naam is vroeger ontstaan, omdat men toen dacht dat deze kringen van paddenstoelen ontstonden op de plaatsen waar ‘s nachts heksen hadden gedanst! De kleurrijke vliegenzwam met zijn karakteristieke witte stippen. Paddenstoelen treden op in allerlei soorten, kleuren en maten. Er zijn eetbare, en zelfs zeer smakelijke soorten bij en de champignon is in onze streken wel het meest bekende voorbeeld. Van andere soorten kan men beter maar afblijven. Zo is bijvoorbeeld de inktzwam als hij nog zeer jong is wel eetbaar, maar zodra hij meer volwassen wordt, gaat hij giftige stoffen produceren. Afblijven dus! Ook de kleurrijke vliegenzwam is giftig, en voor vliegen zelfs dodelijk, vandaar zijn naam. Sommige andere paddenstoelen zijn nog veel giftiger en ook voor de mens dodelijk. Probleem daarbij is dat ze soms ietwat, of zelfs sprekend op hun meer eetbare soortgenoten lijken! Ieder jaar komen er mensen om het leven door het nuttigen van, in hun ogen, eetbare exemplaren. Een berkenzwam, die we vaak aantreffen op de stam van een stervende of al dode berk, vandaar zijn naam. Hoe dan ook, het best kan men deze prachtige vruchtlichamen van de schimmels gewoon in de natuur laten staan. Juist in deze tijd van het jaar kan men er vele aantreffen en het best vastleggen met behulp van een (digitale) camera, waarvan in dit verhaal een drietal voorbeelden zijn te zien. Zo kunnen ook de voorbijgangers die na u op deze plek komen, nog van deze paddenstoelen genieten. Dit weekeinde kunt u dus op diverse plaatsen onder begeleiding van een ervaren gids die ook alle details over deze schimmels weet te vertellen, een paddenstoelenwandeling maken. De link hieronder geeft u nadere informatie. Het weer zal morgen en zondag in ieder geval geen beletsel vormen dit te doen. De Overasseltse bossen en de heide zijn nu op zijn mooiste. OVERASSELTSE en HATERTSE VENNEN Een natuurgebied zuidelijk van Nijmegen, tussen Heumen en Alverna (Wijchen). Zoals de naam al aangeeft zijn in het gebied een groot aantal vennen te vinden. De laatste jaren vindt in het gebied veel natuurontwikkeling plaats. Dit omdat de vennen dreigden dicht te groeien en op den duur te verdwijnen. Vennen zijn van nature voedselarm, maar er kwamen door diverse omstandigheden (o.a. enkele kolonies kokmeeuwen) steeds meer voedingsstoffen in het water. Door de ingrepen van Staatsbosbeheer zijn de vennen nu weer open en kan het gebied zijn waardevolle karakter behouden. Staatsbosbeheer heeft in delen van dit natuurgebied grote grazers rondlopen. Midden in het gebied ligt het pannekoekenrestaurant "St Walricks". Op mooie zomerdagen en in weekenden kan het vooral rond dit restaurant erg druk zijn. Het is een groot gebied van 520 ha. dat ook landschappelijk waardevol is. Naast de bossen en de vennen zijn er ook heidegebieden en kleine akkertjes, die soms verrassende doorkijkjes opleveren. 16 

Torenvalk Herkenning: L 31-34 cm. V 69-74 cm. Het mannetje van de Torenvalk is kleiner dan het vrouwtje. Het is de enige roofvogel met een overwegend roodachtige kleur. De jachtwijze van de Torenvalk verschilt totaal van die van de Sperwer. De Torenvalk jaagt op het vlakke land en heeft slanke vleugels, waardoor accelereren niet zo snel kan als de Sperwer dat doet. Torenvalken zijn vaak gemakkelijk te herkennen door het stilstaan in de lucht, het zogenaamde ‘wiekelen’ of ‘bidden’. Ze zijn dan op zoek naar muizen en ze laten zich op de bodem neer als ze hun kans schoon zien. Biotoop: Ze broeden tot midden in onze steden en dorpen in kerktorens en andere gebouwen, ruïnes, fabrieken, hoogspanningsmasten, windmolens, stallen en schuren, maar ook veel in oude nesten van Eksters, Zwarte Kraai, in eendenkorven en de laatste tientallen jaren ook in de speciaal voor hen opgehangen nestkasten. Soms worden ze zelfs koloniegewijs vastgesteld. Op boomloze vlakten, zoals zo’ veertig jaar geleden in de pas drooggelegde Flevopolders, verschafte de aangebrachte nestkasten, al meteen een pracht gelegeheid om zich te vestigen. Dr. A.J. Cavé heeft daarvan een handig gebruik gemaakt door vanaf 1959 ongeveer 280 nestkasten op twee meter hoge palen te plaatsen in enkele proefpercelen van Oostelijke Flevoland. Gedurende de eerste helft van de jaren zestig kon hij een kleine 1.500 Torenvalken van een ring voorzien die hij op een bizondere wijze voor een deel regelmatig kon terugvangen, waardoor hij een groot aantal experimenten kon uitvoeren die resulteerden in een belangwekkend proefschrift. Komt in Nederland voor als: Jaarvogel. De meest algemene stootvogel die bij ons voorkomt, is de Torenvalk. Ze zijn het gehele jaar te zien en onder hen bevinden zich zowel standvogels als zwerf- en trekvogels. Ten gevolge van gebrek aan voedsel zou in bepaalde jaren dat er weinig muizen voorkomen, trek plaatsvinden naar het zuiden tot in Noord-Afrika toe. Bedreigd of niet? Hun aantal fluctueert soms sterk ten gevolge van het voedselaanbod.

Nestkast torenvalk Koeien langs de dijk willen ook alles gadeslaan. De koe Koeien zijn kuddedieren. Ze hebben er een hekel aan om alleen te zijn. Binnen de kudde is er een sterke rangorde. De wijste en sterkste koe is de baas. Als een koe niet tevreden is met haar plaats in de rangorde, gaat ze strijden om een hogere positie. Dat doen ze door met de koppen tegen elkaar te stoten. De koe die de ander wegduwt, is hoger in de rangorde. Huisvesting In de zomer staan de meeste koeien buiten in het weiland. Ze zijn de hele dag aan het grazen. Vaak gaan ze ‘s nachts naar binnen om gemolken te worden. De volgende dag gaan ze weer naar buiten. In de winter staan de koeien op stal. Er groeit niet meer genoeg gras op het weiland om de hele dag van te grazen. De koeien staan met zijn allen in een grote stal. In de stal zijn ligboxen waar ze kunnen gaan liggen. Meestal kunnen ze gewoon rondlopen in de stal. De koeien worden twee keer per dag gemolken. Voeding De koe is de hele dag aan het eten. Wist je dat een koe 24.000 happen gras per dag eet? Dat zijn wel 1000 happen per uur! Probeer dat maar eens na te doen. De koe kan dit doen, omdat ze niet meteen op het gras kauwt. De koe is een herkauwer. Ze slikt eerst het gras door zonder te kauwen. Later gaat ze lekker liggen om op het gras te kauwen. Let daar maar eens op als je koeien in het weiland ziet liggen. In de winter krijgen koeien hooi te eten. Dat is gedroogd gras. Ook krijgen ze vaak nog elke dag brokjes. Hierdoor geeft de koe meer melk. Verder drinkt de koe elke dag veel water, soms wel 100 liter per dag! Het oormerk Is het je weleens opgevallen dat de koe een gele flap in haar oren heeft? Dat is een oormerk. Het oormerk is een soort paspoort van de koe. Hierin staat wanneer en waar ze geboren is, wie haar ouders zijn en welke boer haar baas is. Aangezien een koe geen broekzak heeft, zit het paspoort in de vorm van een geel plastic kaartje in haar oor: een oormerk. Op het oormerk staat het ‘paspoortnummer’ en in de computer van de boer staan de persoonlijke gegevens van de koe. Voor de zekerheid heeft ze twee oormerken. Als ze er eentje verliest, heeft ze altijd nog een reserve. De oormerken zijn heel belangrijk. Als de koe een erfelijke ziekte heeft, kan haar hele familie opgespoord worden. Zo kan voorkomen worden dat de ziekte zich blijft verspreiden. 

Gele Kwikstaart veel al te zien in de uiterwaarden. Herkenning: Er zijn heel veel soorten Gele Kwikstaart. Die in Nederland voorkomt is de M. flava flava met een blauwgrijze kop, gele keel, witte wenkbrauwstreep van snavel tot de nek. De Engelse Gele Kwikstaart (M. flava flavissima) heeft bijvoorbeeld een Geel-en-olijfgroene kop en een gele wenkbrauwstreep. Daarnaast kennen we nog de Iberische Gele Kwikstaart, Italiaanse Gele Kwikstaart, Noordse Gele Kwikstaart en Balkan Gele Kwikstaart. Daarnaast nog de M. flava beema uit Zuidoost-Rusland en de M. flava lutea uit het Uiterste zuidoosten van Rusland. Tot overmaat van ramp komt er ook in het verenkleed van onze "flava flava" grote verschillen voor. Hun kleden veranderen door de rui en er zijn duidelijke verschillen tussen volwassen mannetjes en vrouwtjes en tussen volwassen exemplaren en de jonge vogels. Volwassen mannetjes van de Gele Kwikstaart zijn in de broedtijd opvallend helder geel gekleurd. Wie dit goed wil herkennen moet veel studeren. Zowel in de litteratuur als in het veld. Het gedrag van Gele Kwikstaarten komt sterk overeen met dat van de andere soorten kwikstaarten, maar er zijn toch ook kleine, maar duidelijk te herkennen verschillen waar te nemen. Biotoop: grootschalige polders, extensief gebruikte hooilanden en uiterwaarden Komt in Nederland voor als: Zomergast. Evenals andere kwikstaartsoorten trekken Gele Kwikstaarten in de winter naar Afrika om daar te overwinteren. De trekroutes zijn echter niet helemaal hetzelfde. Bij Gele Kwikstaarten is overigens ook vastgesteld dat de heen- en terugweg niet per sé via dezelfde route behoeven te verlopen. In het najaar is de trekroute westelijker dan in het voorjaar tijdens de weg terug naar de broedgebieden in Europa. Dit verschijnsel noemt men ‘lusttrek’ en komt ook bij een aantal andere soorten voor. Het is echter niet zo dat alle exemplaren meedoen aan de lusttrek, sommige maken voor hun terugtocht toch weer gebruik van een meer westelijke route. Gele Kwikstaarten beginnen tamelijke vroeg aan de trek. In de trektijd zijn zij vaak in groepjes aan te treffen langs dijken en in open, vochtige gebieden. Bedreigd of niet? De aantallen in de graslanden zijn de laatste jaren sterk achteruitgegaan. Deze achteruitgang is weliswaar niet overal even groot, maar in grote, uitgebreide weidegebieden, zoals in het westen van Nederland en Friesland, komt de soort nog maar nauwelijks voor. De achteruitgang lijkt samen te hangen met de uitvoering van ruilverkavelingen. Aantal broedparen in Nederland: 40.000-70.000 broedparen (1987) [center]

31 August 2006
By on 20:55
Feestelijkheden
11 March 2005
By on 21:05
Gezien voor u.

Bijgewerkt: 5 mei 2006
Door goed rond te kijken kom je leuke momenten tegen.
Activiteiten van de Das.

Latrines (kuiltjes in de grond waar de Das zijn behoefte doet).

Ingang van de Dassenburcht.

Bij elkaar geraapt hooi waarmee de Das zijn nest maakt in de burcht.



Koekoek
30 april tijdens een avondwandeling over de dijk in Overasselt de eerste roep van de koekoek gehoord boven de uiterwaarden, ja, nu wordt het zomer.

Het is makkelijk om de koekoeksroep te herkennen: hij zegt zijn eigen naam! Aan het einde van de zomer zoeken de zelfstandige jongen, die een witte vlek in hun nek hebben, graag naar grote, harige rupsen. Dat is hun favoriete voedsel. Er zijn maar weinig andere vogels die harige rupsen lusten.

De koekoek is een echte zomervogel. Hij keert in april terug en verdwijnt al in augustus-september naar het zuiden. De jonge vogels vertrekken meestal later. De koekoek brengt de winter in tropisch Afrika door.

Broeden
Als alle andere vogels hun nesten hebben gebouwd, vliegt het koekoekswijfje rond en legt haar eieren stuk voor stuk in verschillende nesten van kleine vogels. Na twaalf of dertien dagen komt het koekoeksjong uit het ei. Het is groter dan de jongen van de pleegouders. Na korte tijd duwt het koekoeksjong de andere eieren en jongen over de rand van het nest, zodat hij in zijn eentje al het voer krijgt dat de pleegouders verzamelen. Het door andere vogels laten uitbroeden en verzorgen van jongen, heet broedparasitisme.

Voedsel
Kevers, rupsen, spinnen en wormen

In dit nest komt het grootste ei uit. Inderdaad: dat van de koekoek. Het eerste wat die jonge koekoek doet, is de andere eieren het nest uit kieperen. Het heeft zelfs een speciaal kuiltje in zijn rug, zodat dat makkelijker gaat. Nu heeft hij het nest voor zichzelf!

De koekoek is al heel snel groter dan de pleegouders! Raar eigenlijk dat het hun niet opvalt!


Nest eenden eieren
Een Wilde eend leeft op stromende en op stilstaande wateren. De meeste hebben een lekker lui leventje, want ze hoeven zelf haast geen voedsel te zoeken omdat ze worden bijgevoerd door de mensen.
Ook maken de mensen wel nesten voor hen. Je ziet ze vaak in vijvers, in steden, in sloten en plassen, enz. Het mannetje is ongeveer 57 centimeter en het vrouwtje 49 centimeter.
Als ze hun vleugels uitslaan zijn ze 1 meter. Ze wegen 700 tot 1400 gram.
Het voedsel bestaat uit allerlei ongewervelde waterbewoners en kleine gewervelde dieren,
zoals insecten en weekdieren. Het nest wordt gemaakt van allerlei plantendelen. Het nest ligt meestal
in de buurt van het water, onder het struikgewas of oevervegetatie soms ook op knotwilgen.
Het vrouwtje zorgt voor het nest. In maart of april legt het vrouwtje haar eieren. Het zijn er 9 tot 13.
Het uitbroeden duurt ongeveer 22 tot 26 dagen. Vrijwel onmiddellijk na het uitkomen volgen de eendekuikens hun moeder. Het mannetje heeft een groene kop en bruine borst en een witte rand om
zijn nek. Het vrouwtje is bruin, zo valt ze niet op als ze in haar nest ligt te broeden. De Wilde eend
zie je vaak in vijvers in parken, want ze zijn makkelijk tam te maken. Ze durven soms zelfs uit je handen te eten. Deze eend is een van de bekendste soorten in Nederland. Aan de korte poten zitten zwemvliezen. Jonge wilde eenden kun je laten wennen om op een boerderij te leven.
Maar eigenlijk horen ze thuis in de natuur. Daarom heten ze tenslotte ook Wilde eenden.
Wilde eenden slapen op de grond.

Onderstaande palen met tekst zijn te vinden op de maasdijk vanaf Heumen naar Nederasselt.


Bloeiende Elsen bij de loopbrug op het landgoed de “Zomp”.

Kleurrijk pad “Kruisbergsestraat” in de ochtend zon, gezien uit ons kamerraam.

Aan de Rotsestraat te Overasselt is onderstaand kruisbeeld met tekst te vinden.


Grote Parasolzwammen
Naam: Grote parasolzwam
Latijn: Macrolepiota procera
Geslacht: Macrolepiota (parasolzwammen)

Standplaats: algemene plaatjeszwam in niet of weinig bemeste graslanden en bermen en loof- en gemengde bossen op voedselarme grond. in zomer en herfst. deze echte graslandpaddestoel wordt wel gegeten. de ring om de steel is makkelijk verschuifbaar.


Het is heerlijk wandelen in de natuur van Overasselt.



Recreatie inspannend en ontspannend.


Fruitbomen geplant bij de kruising Kasteelsestraat-Laagstraat.
Door de inzet van Mevr. J.Verheijen bewoonster aan de Laagstraat hebben vrijwilligers van Natuur Stichting Kadans en onder toeziendoog van belangstellende en buren drie hoogstamfruitbomen geplant.
De wens is dat de aanwonenden met veel plezier en zorg van de bomen kunnen genieten.
Soorten uit de tijd van vroeger: Juttepeer, Groninger kroon en een Notarisappel.
Een versje over de Juttepeer:

Juttepeer en Zoetekauw
Dag meneer Juttepeer
Dag mevrouw Zoetekauw
Komt u even naast me zitten
Wel mevrouw, zou ik het doen
Ik moet nog naar juffrouw Koen
Och vooruit, het is nog vroeg
Ik heb nog wel tijd genoeg
Kijkt u toch eens naar die mussen
Ja, ze hippen overal tussen
Weet u wat, ik neem een taartje
Wel, dan rook ik een sigaartje
Nou, ik moet er echt vandoor
Nou mevrouw, het beste hoor
Dag meneer Juttepeer
Dag mevrouw Zoetekauw


Groninger kroon.


By on 20:50
Gebouwen oud en nieuw.

15 jan.06

Er wordt aan deze log gewerkt!!!!!!!!!!!!!!!

10 March 2005
By on 15:26